Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004

Alinea 38 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AS3244.

Ten slotte kan de vraag worden gesteld of de vrijstelling van art. 15, lid 1, onderdeel p ook van toepassing is ten aanzien van aandelen in een in art. 4 bedoeld vastgoedlichaam dat hoofdzakelijk ten doel heeft de instandhouding van monumenten. Aangezien aandelen zelf geen monumenten kunnen zijn, is dat naar de letter van de regeling niet het geval. Op grond van art. 4 worden de aandelen voor de toepassing van de WBR echter als vastgoed in de zin van art. 2 beschouwd, met andere woorden lichamen als bedoeld in art. 4 zijn voor de heffing van overdrachtsbelasting transparant. Aangezien voor de toepassing van art. 4 wordt gekeken naar het vastgoed dat door de aandelen in het vastgoedlichaam wordt vertegenwoordigd, zijn wij van mening dat zulks eveneens geldt voor de bijzondere kwaliteit die het desbetreffende vastgoed bezit, bijvoorbeeld de status van monument. Wij zijn derhalve van mening dat de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel p ook van toepassing is ter zake van de overdracht van aandelen van een vastgoedlichaam dat tevens een rechtspersoon is als in die bepaling bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca202f9bf249fcf87071d39bb556d52045f19d4b5bb22816286675f83d959529. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca202f9bf249fcf87071d39bb556d52045f19d4b5bb22816286675f83d959529, en de alinea staat in dat document op bytes 13595 tot 14710.