Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004

Alinea 44 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AS3244.

6.11. Naar het oordeel van het Hof vormt hetgeen belanghebbende en de door haar aangehaalde schrijvers dienaangaande hebben betoogd onvoldoende grond om de duidelijke tekst van de wet op grond daarvan opzij te zetten en de vrijstelling ook van toepassing te doen zijn op de onderhavige verkrijging. De toekenning van een wijdere strekking aan de bepaling zou een miskenning inhouden van de aard daarvan als vrijstellingsbepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca202f9bf249fcf87071d39bb556d52045f19d4b5bb22816286675f83d959529. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca202f9bf249fcf87071d39bb556d52045f19d4b5bb22816286675f83d959529, en de alinea staat in dat document op bytes 16370 tot 16812.