Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Onder 1.8 Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AY4933.
Dochter [appellant] voerde aan dat bij gelegenheid van de huiszoeking haar voordeur, de zich in het huis bevindende alarminstallatie en haar slaapkamerameublement zonder noodzaak werden vernield. Zij vorderde de schade die zij als gevolg daarvan stelt te hebben geleden. Aangezien dochter [appellant] voorts, naar zij stelt, de huiszoeking als zeer traumatisch heeft ervaren, vorderde zij immateriële schadevergoeding, door haar begroot op ƒ 2.000,--.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a, en de alinea staat in dat document op bytes 13813 tot 14279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a | shasum -a 256