Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Onder 1.9 Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AY4933.
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen. Zij overwoog daartoe, voor zover hier van belang, het volgende. Van het onrechtmatig instellen van een strafvervolging of van het onrechtmatig toepassen van de dwangmiddelen huiszoeking en inbeslagneming is slechts sprake indien (a) de vervolging is ingesteld of de dwangmiddelen zijn toegepast in strijd met de wet dan wel met veronachtzaming van fundamentele vereisten, of (b) achteraf uit het strafvorderlijk onderzoek – uit de einduitspraak of anderszins – blijkt dat de verdenking op grond waarvan de strafvervolging is ingesteld of het dwangmiddel is toegepast ten onrechte heeft bestaan. Het onder (a) bedoelde geval doet zich niet voor. De rechter-commissaris en de raadkamer van de rechtbank Middelburg hebben de vraag of een redelijk vermoeden van schuld bestond bevestigend beantwoord zodat er van moet worden uitgegaan dat een redelijk vermoeden van schuld bestond. Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bovendien in zijn arrest van 9 februari 1998 overwogen dat de gebruikte opsporingsmethoden niet ontoelaatbaar waren. Het onder (b) genoemde geval doet zich evenmin voor. Uit het feit dat de strafzaak tegen [appellant] geëindigd is met een vrijspraak kan niet worden afgeleid dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen waarvan hij werd verdacht. Dat blijkt evenmin uit het strafdossier voor zover dat aan de rechtbank is overgelegd. Wat de in beslag genomen [automerk 1] betreft is de rechtbank van oordeel dat de vervreemding overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van Strafvordering heeft plaatsgevonden. De stelling dat deze auto tegen een onredelijk lage prijs is verkocht wordt verworpen omdat deze aan de hoogst biedende is verkocht en de stelling dat de auto meer waard was door [appellant] onvoldoende is onderbouwd. De cd’s en de sneeuwketting geven evenmin aanleiding tot een aanspraak jegens de Staat nu de Staat heeft ontkend dat deze zich in de [automerk 1] bevonden en het bewijsaanbod van [appellant] als te vaag moet worden gepasseerd. Het beslag op de [automerk 2] was, aldus nog steeds de rechtbank, niet onrechtmatig en er is ook geen rechtsgrond voor [appellant] om de juridische kosten van Chrysler Loon op Zand te voldoen voor een door de Staat gelegd beslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a, en de alinea staat in dat document op bytes 14358 tot 16654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a | shasum -a 256