Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Onder 7.3 Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 11 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AY4933.
Het betoog van de Staat treft evenwel doel voor zover hij zich erop beroept dat dochter [appellant] onderdak aan haar vader heeft verschaft. Zoals het hof in het arrest Staat/[...] heeft overwogen is er aanleiding om een deel van de schade voor rekening van de onschuldige derde te laten indien deze voor inwoning heeft gekozen van een persoon die later blijkt verdacht te worden van een strafbaar feit. Deze situatie doet zich in het onderhavige geval voor. Immers ter zitting is door de raadsvrouw van [appellant] c.s. erkend dat [appellant], indien hij in Nederland verbleef, in het pand [adres] te [plaats] verbleef, dat wil zeggen in het huis van dochter [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a, en de alinea staat in dat document op bytes 36901 tot 37587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcae0878a1c32d5017aa69059858288c7c40256ea4a4ee6c7bc66fa629f15a | shasum -a 256