Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 16 juni 2005
Onder 3.3 Gerechtshof 's-Gravenhage 16 juni 2005
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 16 juni 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:1111.
Anders dan Sunfield en Van Zessen Claer aanvoeren is er geen jurisprudentie van de Hoge Raad die een andere lezing van (het huidige) artikel 26 Wvg voorstaat De november-beschikkingen van de Hoge Raad waarnaar Sunfield en Van Zessen Claer verwijzen (HR 10 en 17 november 2000, NJ 2001, 288 en 289) handelden over rechtshandelingen die zo zijn opgezet dat (formeel) geen vervreemding zal plaatsvinden zodat het voorkeursrecht op die wijze werd ontgaan. De Hoge Raad heeft daarin geen oordeel gegeven over rechtshandelingen die wel tot vervreemding strekten. Evenmin kunnen in de wetsgeschiedenis voldoende aanknopingspunten voor de opvatting van Sunfield
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dffd84021e9b139d7ad4e64909a28f460b7218205bc9afe38b8206e18ba19ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dffd84021e9b139d7ad4e64909a28f460b7218205bc9afe38b8206e18ba19ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 13391 tot 14058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dffd84021e9b139d7ad4e64909a28f460b7218205bc9afe38b8206e18ba19ec7 | shasum -a 256