Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 1 maart 2005

Alinea 60 Gerechtshof 's-Gravenhage 1 maart 2005

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 1 maart 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4321.

6.1. Naar het Hof uit de gedingstukken afleidt staat tussen partijen vast dat een derde, waaronder een bankinstelling, niet bereid zou zijn ondernemingen die exploratiewerkzaamheden uitvoeren naar olie- en gasvoorkomens als die van belanghebbende van zogeheten cash calls te voorzien op de wijze en tot het bedrag zoals Holding BV dat heeft gedaan. Hierbij is het volgende van belang. Het zoeken naar olie en/of gas is een zeer speculatieve en daardoor zeer risicovolle activiteit. Bij de aanvang van de exploratiefase, die loopt van de aanvang van het zoeken naar het voorkomen van economisch winbare hoeveelheden olie- en/of gas tot de vondst daarvan, is niets te zeggen over de mogelijke aanwezigheid van economisch winbare reserves. Derden, waaronder banken, zijn in deze fase slechts bereid leningen te verstrekken indien uit andere hoofde leencapaciteit aanwezig is, zoals het geval is indien in bestaande velden waaruit reeds gewonnen wordt (nieuwe) exploratieactiviteiten worden verricht. In het onderhavige geval gaat het om een geheel nieuw, onontgonnen veld. Zonder garantie van een moeder- of een zustermaatschappij kunnen dan geen leningen worden verstrekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9b2c2a719b25c0b1f6390434f5da953292de8e6ee0d37b839b4ab849e0dd30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9b2c2a719b25c0b1f6390434f5da953292de8e6ee0d37b839b4ab849e0dd30e, en de alinea staat in dat document op bytes 17516 tot 18699.