Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006

Alinea 30 Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9821.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het subsidiair tenlastegelegde beslaat de periode van 1 november 1993 tot en met 31 oktober 2001. Als eerste daad van vervolging merkt het hof aan de vordering tot opening van het gerechtelijk vooronderzoek d.d. 8 maart 2002. De in artikel 70, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht bepaalde termijn is derhalve vervuld met betrekking tot die feiten die zijn gepleegd voor 8 maart 1996, zodat het recht tot strafvordering met betrekking tot de feiten is vervallen. Het openbaar ministerie dient derhalve met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde deels, namelijk voor de feiten die zijn begaan in de periode voor 8 maart 1996, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97b751cd7577a494a974a76bcc936af11e7690117767596b0a15f817589241e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97b751cd7577a494a974a76bcc936af11e7690117767596b0a15f817589241e1, en de alinea staat in dat document op bytes 9437 tot 10192.