Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006

Alinea 39 Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 11 oktober 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9821.

De omstandigheid ten slotte dat de verdachte in dit geval de in de tenlastelegging vermelde reizen niet vooraf aan zijn superieuren heeft gemeld of daarvoor toestemming heeft gevraagd, acht het hof voor zijn oordeel niet van doorslaggevende betekenis, gelet op de rang en de functie van de verdachte en zijn daarbij passende verantwoordelijkheden binnen Rijkswaterstaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97b751cd7577a494a974a76bcc936af11e7690117767596b0a15f817589241e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97b751cd7577a494a974a76bcc936af11e7690117767596b0a15f817589241e1, en de alinea staat in dat document op bytes 14007 tot 14391.