Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 2 augustus 2006

Alinea 56 Gerechtshof 's-Gravenhage 2 augustus 2006

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 2 augustus 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ1126.

10. In de derde grief stelt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte het beroep van [appellante] op ongerechtvaardigde verrijking heeft verworpen. Door [geïntimeerde] is betwist dat zij als gevolg van de opnames ongerechtvaardigd is verrijkt. De opnames stonden volgens [geïntimeerde] in het teken van een volmacht die haar vader haar had verstrekt. Naar het oordeel van het hof kan uit hetgeen [appellante] terzake stelt en [geïntimeerde] hier tegenover stelt niet zonder meer volgen dat [geïntimeerde] door de opnames tijdens leven van erflater is verrijkt. Aangezien [geïntimeerde] geen deugdelijke verklaring heeft gegeven voor het bedrag van ƒ 2.500,00, dat na het overlijden van erflater werd opgenomen, kan van dit bedrag worden gesteld dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt. Gezien het hof hiervoor heeft overwogen behoeft deze grief geen verdere bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6fd61ba40009a53d7d326e2bd107041d0c1559811ca285c23a8757150449735. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6fd61ba40009a53d7d326e2bd107041d0c1559811ca285c23a8757150449735, en de alinea staat in dat document op bytes 13284 tot 14173.