Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007

Alinea 69 Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1935.

13. In grief 2 van het incidentele appel van de vrouw leest het hof dat de vrouw van mening is dat de man niet heeft aangetoond dat hij de verkoopopbrengst van het woonhuis te [woonplaats] heeft aanwend voor de stichtingskosten van het woonhuis te [woonplaats]. De vrouw heeft onweersproken gesteld, dat de verkoopopbrengst van het woonhuis te [woonplaats] is gestort op de privé- bankrekening van de man met rekeningnummer [x]. De verbouwing van het huis te [woonplaats], was al voor de verkoop van het pand te [woonplaats] gereed. De vrouw verwijt de man dat hij niet door middel van schriftelijke bescheiden heeft aangetoond wat de stichtingskosten zijn geweest van het pand te [woonplaats]. Uit het betoog van de vrouw volgt dat zij jegens de man, nog aanspraak maakt op de helft van de opbrengst van het woonhuis te [woonplaats] ƒ 299.159,26/ € 130.760,97, aangezien de man niet heeft aangetoond dat hij de verkoopopbrengst heeft aangewend voor de stichtingskosten van het woonhuis te [woonplaats].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96f2fa777d7fa3dcd65e72b886f9963ca9cefbd9695f538a5e22579a45c4a6ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96f2fa777d7fa3dcd65e72b886f9963ca9cefbd9695f538a5e22579a45c4a6ed, en de alinea staat in dat document op bytes 16941 tot 17962.