Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007
Alinea 93 Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 28 februari 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1935.
30. Het hof overweegt als volgt. Bij pleidooi heeft de man geen verdere onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat de rest schuld aan de ABN AMRO Bank en de rekeningcourant schuld aan [x] BV betrekking hebben op de kosten van de huishouding. Het hof is van oordeel dat van de man in redelijkheid had mogen worden verlangd dat hij een deugdelijke onderbouwing had gegeven voor zijn stelling. Niet inzichtelijk is dat de restschuld bij ABN AMRO Bank en de rekeningcourant schuld bij [x] BV, betrekking hebben op kosten die ten behoeve van de huishouding zijn gemaakt. De man heeft dit niet aangetoond aan de hand van een deugdelijke administratie, waaronder de rekening afschriften van de ABN AMRO Bank en het verloop van de rekeningcourant vordering van [x] BV. De man heeft dienaangaande onvoldoende gesteld. Zijn grief treft geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96f2fa777d7fa3dcd65e72b886f9963ca9cefbd9695f538a5e22579a45c4a6ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96f2fa777d7fa3dcd65e72b886f9963ca9cefbd9695f538a5e22579a45c4a6ed, en de alinea staat in dat document op bytes 28293 tot 29143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96f2fa777d7fa3dcd65e72b886f9963ca9cefbd9695f538a5e22579a45c4a6ed | shasum -a 256