Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007
Alinea 205 Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4676.
Omtrent de getuige 10 is het navolgende komen vast te staan. De getuige heeft in zijn hoedanigheid van Unscom-medewerker alleen dan wel met anderen in oktober 1994 de verdachte ondervraagd, kennelijk omtrent diens rol als leverancier van chemische stoffen aan Irak. Blijkens één van de twee op 20 april 2007 door het openbaar ministerie bij de stukken gevoegde brieven van de getuige, gaf de verdachte bij die gelegenheid ontwijkende antwoorden, waarbij hij er kennelijk naar streefde zoals de getuige het in die brief uitdrukt: "to avoid self-implication". De getuige heeft van dat gesprek aantekeningen gemaakt. De verdediging heeft bij dupliek verzocht die aantekeningen aan het dossier toe te voegen en de getuige daaromtrent te horen in verband met de mogelijkheid dat daar voor de verdachte ontlastende passages in voorkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0, en de alinea staat in dat document op bytes 35247 tot 36093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0 | shasum -a 256