Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007
Alinea 233 Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 9 mei 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4676.
B. Artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt onder andere dat als medeplichtigen aan een misdrijf worden aangemerkt zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen daarvan. Uit de tekst van dit artikel vloeit voort dat het opzet van de medeplichtige moet zijn gericht op alle bestanddelen van het misdrijf in kwestie. De vraag dient dan te worden beantwoord in hoeverre het de Nederlandse strafrechter vrij staat in de onderhavige zaak bij de beoordeling van dat opzetvereiste het Nederlandse recht toe te passen en in hoeverre hij daarbij (mede) acht dient te slaan op het internationale recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0, en de alinea staat in dat document op bytes 49017 tot 49671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da48cc93bc957beaf8ab51e55fe9a57d5cd9fbef2056bf69508daa31b8fc19a0 | shasum -a 256