Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 juni 2007

Alinea 32 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 juni 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 juni 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA8171.

1.4. Tijdens de behandeling van zijn zaak op 12 januari 2006 verklaarde [verdachte] dat [betrokkene 1] hem diverse keren had gevraagd of hij aan vals geld kon komen en dat hij uiteindelijk heeft gezegd dat hij er naar zou kijken. Via [betrokkene 6] kwam hij in contact met [betrokkene 2]. [Verdachte] heeft een proefbiljet van 500 euro aan [betrokkene 1] gegeven. [Betrokkene 1] heeft het biljet in ontvangst genomen en gezegd dat hij dit naar zijn opdrachtgevers moest brengen. Na de overdracht heeft [betrokkene 1] continu gebeld met vragen wanneer en hoeveel ze konden leveren. [Verdachte] heeft met [betrokkene 1] de afspraak gemaakt om elkaar op vrijdag 8 april 2005 bij het tankstation te ontmoeten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3ad5568b278c912217e75ea465e5e2021b358f4feac50e492bc2803d24384f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3ad5568b278c912217e75ea465e5e2021b358f4feac50e492bc2803d24384f, en de alinea staat in dat document op bytes 10321 tot 11039.