Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 juni 2007

Alinea 43 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 juni 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 juni 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA8232.

10. In haar vierde grief stelt de moeder dat de rechtbank ten onrechte voorbij gaat aan haar stelling dat voor het bepalen van de draagkracht van de vader moet worden uitgegaan van het salaris dat de vader bij RVS verdiende. De moeder stelt dat er sprake is van een vrijwillig ontslag van de vader en dat er voldoende mogelijkheden voor de vader waren om bij RVS werkzaam te blijven. De keuze om bij RVS weg te gaan, dient niet ten laste van de kinderen te komen. De vader had geen enkele ervaring als zelfstandig ondernemer, noch als onroerend goed makelaar en het mislukte ondernemerschap van de vader dient dan ook geheel te zijner laste te komen. De moeder acht het voorts onbegrijpelijk dat de rechtbank eveneens voorbij is gegaan aan het vertrek van de vader bij AEGON. Aangezien in zijn arbeidscontract een uitgebreide provisieregeling stond, zou zijn inkomen aanzienlijk hoger kunnen zijn. De moeder stelt dat zij ervan uitgaat dat de vader binnen afzienbare tijd in staat moet worden geacht een vergelijkbaar inkomen te verwerven zoals hij dat ten tijde van het sluiten van het echtscheidingsconvenant had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fb19fb40f7871b4f3dcafe427c7df552834af60b53bd614e9f9f057104077da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fb19fb40f7871b4f3dcafe427c7df552834af60b53bd614e9f9f057104077da, en de alinea staat in dat document op bytes 13127 tot 14255.