Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007

Alinea 43 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BB2016.

6.3. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende, op wie te dezen de bewijslast rust, gelet op de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aannemelijk kan worden geacht dat ter zake van het terugbetalen van het behaalde overschot op de aan de aangeslotenen in rekening gebrachte administratiekosten, op het daartoe bepalende tijdstip, namelijk ultimo 1996, een redelijke mate van zekerheid bestond. Daartoe acht het Hof mede redengevend dat het bestuur van belanghebbende eerst in het jaar 1998 een zodanig besluit heeft genomen. In de jaarstukken van het onderhavige jaar heeft belanghebbende het overschot over dat jaar, evenals dat over 1995, verantwoord als "Algemene reserve" en als zodanig aan het eigen vermogen toegevoegd. Uit de stukken van het geding blijken evenmin feiten waaruit kan worden afgeleid dat belanghebbende zich in het onderhavige jaar niet gerechtigd achtte het overschot voor zichzelf te behouden. Ten slotte staat vast dat de statuten van belanghebbende en de Regeling geen verplichting bevatten tot terugbetaling van eventuele overschotten op de ontvangen vergoedingen in de administratiekosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58dc470e2acad96b379e162e9c59ff5fe58e73f2b055c759f4c44590ac377253. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58dc470e2acad96b379e162e9c59ff5fe58e73f2b055c759f4c44590ac377253, en de alinea staat in dat document op bytes 13592 tot 14799.