Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007

Alinea 48 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 juni 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BB2016.

6.6. Ter zake van de aftrekbaarheid van de bijdragen aan de regionale verenigingen tot een totaalbedrag van ƒ 200.000, welke belanghebbende in mindering op haar belastbare winst heeft gebracht, overweegt het Hof het volgende. Vaststaat, aldus ook het verwijzingsarrest, dat belanghebbende met geheel haar vermogen een onderneming drijft. Alsdan zijn de door belanghebbende verrichte betalingen en toegezegde uitkeringen aan de regionale verenigingen in beginsel integraal aftrekbaar. Blijkens het verwijzingsarrest moet de Inspecteur aannemelijk maken dat de onderhavige uitgaven niet zijn gedaan in het kader van de onderneming van belanghebbende. De Inspecteur is niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig aannemelijk te maken. Het feit dat belanghebbende voor de bijdragen geen tegenprestatie heeft bedongen of ontvangen, brengt naar het oordeel van het Hof niet mee dat de uitgaven moeten worden aangemerkt als niet te zijn gedaan in het kader van de onderneming, omdat de bijdragen indirect ten goede komen aan aangesloten ondernemingen die immers de leden van de regionale verenigingen vormen. Een en ander past binnen de doelstelling en de taak van belanghebbende, zodat, anders dan de Inspecteur heeft betoogd, de bewijslast van de zakelijkheid niet op belanghebbende komt te rusten. De omstandigheid dat niet alle aangesloten ondernemingen lid zijn, is in dit kader niet van zodanig gewicht dat anders moet worden geoordeeld. Dat belanghebbende in andere jaren deze bijdragen niet heeft verstrekt doet evenmin af aan het voormelde oordeel, evenmin als het feit dat elke regionale vereniging een gelijk bedrag van ƒ 25.000 heeft ontvangen, en dat daarbij geen relatie is gelegd met het aantal leden van de regionale vereniging. Hetgeen belanghebbende als verklaring voor het gelijke bedrag heeft aangevoerd - het delgen van de kosten welk elke regionale vereniging als zodanig maakt - acht het Hof aannemelijk. In zoverre is het beroep gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58dc470e2acad96b379e162e9c59ff5fe58e73f2b055c759f4c44590ac377253. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58dc470e2acad96b379e162e9c59ff5fe58e73f2b055c759f4c44590ac377253, en de alinea staat in dat document op bytes 15732 tot 17755.