Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007
Alinea 46 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0619.
1.10 De rechtbank oordeelde dat Clara Wichmann c.s. ontvankelijk zijn in de door hen ingestelde vordering omdat zij met de onderhavige collectieve actie op kunnen komen voor het belang van iedere burger in Nederland bij handhaving van het verbod van discriminatie van vrouwen, mede in aanmerking nemend dat politieke partijen een onlosmakelijk deel zijn van onze democratische maatschappij. Zij overwoog voorts dat art. 7 Vrouwenverdrag rechtstreekse werking heeft en dat uit die bepaling voor de Staat de plicht voortvloeit om aan de discriminatie van vrouwen binnen de SGP een einde te maken. De overige bepalingen waarop Clara Wichmann c.s. een beroep hebben gedaan liet de rechtbank als niet nodig voor haar oordeel buiten beschouwing. De rechtbank heeft uit de geschiedenis van art. 7 Vrouwenverdrag afgeleid dat het daarin opgenomen verbod van discriminatie zonder meer geldt en dat geen afweging tegen andere mogelijk betrokken grondrechten meer behoort plaats te vinden voor zover het politieke partijen betreft. De rechtbank constateerde dat de Staat geen dan wel onvoldoende feitelijke of juridische maatregelen tegen de discriminerende situatie binnen de SGP heeft genomen (omdat het bestaande wettelijk instrumentarium geen adequate mogelijkheden biedt om te voorkomen dat verenigingen die actief zijn op het gebied van het openbare en politieke leven vrouwen van volwaardig lidmaatschap uitsluiten) doch, integendeel, de SGP door het verstrekken van subsidie faciliteert. De rechtbank overwoog dat zij in verband met het arrest inzake Waterpakt (HR 21 maart 2003, NJ 2003, 691) de Staat niet kan opdragen maatregelen tot stand te brengen die door middel van wetswijziging zouden moeten worden gerealiseerd. De gevorderde verklaring voor recht achtte de rechtbank wel toewijsbaar. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat de Staat in strijd met art. 7 sub a en sub c Vrouwenverdrag en daarmee onrechtmatig handelt jegens Clara Wichmann c.s. en de andere personen voor wiens belangen zij in rechte opkomen. Daarnaast moet volgens de rechtbank de Wspp buiten toepassing blijven voor zover deze in strijd is met het Vrouwenverdrag. De rechtbank was van oordeel dat, hoewel een negatieve subsidiebeslissing niet zonder meer toereikend hoeft te zijn om te voldoen aan de verplichtingen die voor de Staat voortvloeien uit het Vrouwenverdrag, een negatieve subsidiebeslissing er wel toe leidt dat de Staat niet langer kan worden verweten dat hij actief het verdrag schendt door een partij die vrouwen discrimineert te subsidiëren. De rechtbank heeft dan ook de vordering van Clara Wichmann c.s. in die zin toegewezen dat de Staat gelast wordt bij subsidiebeslissingen ingevolge de Wspp art. 2 Wspp jegens de SGP buiten toepassing te laten wegens strijd met art. 7 Vrouwenverdrag zolang vrouwen niet op gelijke voet met mannen lid kunnen worden van die partij. Een bevel om de SGP geen zendtijd ter beschikking te stellen heeft de rechtbank niet toewijsbaar geoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91, en de alinea staat in dat document op bytes 19567 tot 22560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91 | shasum -a 256