Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007

Alinea 80 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0619.

5.4 De Staat, die terecht niet het oordeel van de rechtbank (rechtsoverweging 3.19) bestrijdt dat art. 7 Vrouwenverdrag een opdracht tot handelen aan de zijde van de Staat behelst, heeft nog aangevoerd (in grief 4) dat de Staat geen onbeperkte plicht heeft om op te treden, zoals de rechtbank zou hebben aangenomen, maar dat op de Staat slechts een inspanningsverbintenis rust. De Staat leest het rechtbankvonnis verkeerd. De rechtbank heeft met de desbetreffende overweging slechts willen aangeven dat, gezien haar oordeel over de totstandkoming van art. 7 Vrouwenverdrag, de Staat niet door andere grondrechten wordt gedwongen zich terughoudend op te stellen. Die vraag komt hieronder aan de orde. Onjuist is bovendien dat op de Staat slechts een inspanningsverbintenis zou rusten. Zoals hiervoor (onder 4.4) is overwogen verplicht art. 7 Vrouwenverdrag de Staten een bepaald resultaat tot stand te brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91, en de alinea staat in dat document op bytes 40432 tot 41355.