Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007

Alinea 91 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0619.

5.11 Opmerking verdient nog het volgende. Clara Wichmann c.s. hebben behalve op art. 7 Vrouwenverdrag onder meer ook een beroep gedaan op de artikelen 25 en 26 IVBPR. De rechtbank is aan een bespreking van deze bepalingen niet toegekomen. Het hof is van oordeel dat de Staat ook in strijd met deze bepalingen handelt door niet tegen de SGP op te treden. Deze bepalingen hebben rechtstreekse werking. Met name is van belang dat art. 2 IVBPR, waarnaar art. 25 IVBPR verwijst, de verdragspartijen verplicht specifieke maatregelen te nemen teneinde burgers in staat te stellen hun door het verdrag gewaarborgde rechten te genieten en in voorkomend geval om ook discriminatie tussen private partijen op te heffen. Zie General Comment 3 paragraaf 1 van het Human Rights Committee, General Comment 18 paragraaf 9 en General Comment 28 paragraaf 4 (in: Joseph, Schultz en Castan, The international covenant on civil and political rights, Oxford 2000, p. 557, 561 en 635). Aangezien het IVBPR voor Nederland sinds 11 maart 1979 van kracht is, geldt ook voor deze bepalingen dat een redelijke termijn voor implementatie inmiddels ruim verstreken is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da8c87ddae384ef3b0049309f155af07e81c7fb83176b1816f18922f5204f91, en de alinea staat in dat document op bytes 45973 tot 47125.