Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007
Alinea 31 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0733.
12. Hieronder wordt daarom bezien of inderdaad het beginsel van staatsimmuniteit is veronachtzaamd. Daarbij wordt vooropgesteld dat de Rotterdamse rechter, aan wie in 1984 het door Azeta aanhangig gemaakte geschil ter beslissing werd voorgelegd, eerst ambtshalve zijn internationale publiekrechtelijke bevoegdheid diende te toetsen alvorens over te gaan tot verstekverlening tegen de niet verschenen vreemde mogendheid en toewijzing van de vordering. Als gezegd, blijkt uit het vonnis niet van zodanige toetsing en is door Azeta in haar inleidende dagvaarding ook geen grond voor rechtsmacht aangevoerd. Verder staat vast dat er geen verdrag is waaraan rechtsmacht kon worden ontleend en dat als mogelijke grond voor een stilzwijgend veronderstelde rechtsmacht alleen art. 126 lid 3 (oud) Rv in aanmerking komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a8a4de7b76dd25e701275a52d31f7af76710ad169077da0cfd09596731f7770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a8a4de7b76dd25e701275a52d31f7af76710ad169077da0cfd09596731f7770, en de alinea staat in dat document op bytes 16322 tot 17147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a8a4de7b76dd25e701275a52d31f7af76710ad169077da0cfd09596731f7770 | shasum -a 256