Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 9 maart 2010
Alinea 52 Gerechtshof 's-Gravenhage 9 maart 2010
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 9 maart 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7587.
12. [geïntimeerde] heeft echter niet, althans niet voldoende gemotiveerd, betwist dat er na de ondertekening van de koop- en aannemingsovereenkomst geen grond is gestort in de watergang teneinde het perceel te vergroten. [geïntimeerde] heeft weliswaar betoogd dat de grond op enig moment na 10 juli 2002 is aangebracht, maar daaraan toegevoegd dat hij niet weet wanneer dit het geval was. Op de door [geïntimeerde] bij akte van 29 november 2007 overgelegde foto's is de kavel van [geïntimeerde] niet zichtbaar en bovendien blijkt niet zonder meer uit deze productie dat in april/mei 2003, toen deze foto's zouden zijn gemaakt, door een hoeveelheid gestort zand het water aanzienlijk smaller is geworden. Voor bewijslevering door [geïntimeerde] ziet het hof geen plaats, nu het bewijsaanbod op dit punt onvoldoende concreet is. Uit het vorenstaande volgt dat [geïntimeerde] in zoverre onvoldoende feiten heeft gesteld om te kunnen concluderen dat er sprake is van bedrog, dwaling dan wel onrechtmatige daad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cda0c8cc3ace0497f5ce11d068a73b36ccb3a56a2e163064b30f4892281408fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cda0c8cc3ace0497f5ce11d068a73b36ccb3a56a2e163064b30f4892281408fa, en de alinea staat in dat document op bytes 15191 tot 16216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cda0c8cc3ace0497f5ce11d068a73b36ccb3a56a2e163064b30f4892281408fa | shasum -a 256