Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010
Alinea 72 Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0950.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft een verdachte die is aangehouden, op de voet van het bepaalde in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, een aanspraak op rechtsbijstand die inhoudt dat hem aan de gelegenheid wordt aangeboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Behoudens het geval dat hij uitdrukkelijk danwel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van bepaalde dwingende redenen, zal hem, de verdachte, binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dit recht te verwezenlijken. Dat de verdachte ten tijde van zijn verhoor terzake van de onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten hiervoor niet was aangehouden, maar kennelijk uit anderen hoofde gedetineerd was, maakt het vorenstaande naar het oordeel van het hof niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346, en de alinea staat in dat document op bytes 19382 tot 20359.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346 | shasum -a 256