Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010

Alinea 73 Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0950.

Indien een aangehouden verdachte niet danwel binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvor-dering. Vooropgesteld zij evenwel dat het wettelijk stelsel aldus moet worden opgevat dat een vormverzuim in de zin van dat artikel niet steeds behoeft te leiden tot een van de daar omschreven rechtgevolgen. Artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering formuleert een bevoegdheid en niet een plicht daartoe. De strekking van de regeling van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is immers niet dat een vormverzuim hoe dan ook moet leiden tot enig nadeel voor de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346, en de alinea staat in dat document op bytes 20397 tot 21156.