Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010

Alinea 74 Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 19 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0950.

Niet is gebleken dat de verdachte voorafgaande aan zijn verhoor van 28 mei 2009, in welk verhoor hij zich heeft belast, de gelegenheid is geboden met een raadsman te overleggen, noch dat hem op zijn consultatierecht is gewezen. Evenmin is komen vast te staan dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dit recht. Daartegenover staat dat uit het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 5 april 2009 is gebleken dat aan de verdachte de cautie is gegeven en hij in aansluiting daarop tevens heeft verklaard dat hij begrijpt dat hij niet tot antwoorden verplicht is, hetgeen naar het oordeel van het hof betekent dat hij geacht kan worden vrijwillig afstand te hebben gedaan van zijn zwijgrecht. Het hof betrekt hierbij dat de verdachte, die blijkens de op zijn naam staande justitiële documentatie, reeds vele malen eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en derhalve niet onbekend mag worden verondersteld met de gevolgen van het (vrijwillig) afstand doen van zijn zwijgrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8b8a9bc19311ab0521b5d8da7c3c971dbc869c078f622307b8d0d4a5964346, en de alinea staat in dat document op bytes 21195 tot 22222.