Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Alinea 68 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2129.

4.9. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 3 juni 1994 (NJ 1997, 287, LJN: ZC1383) geoordeeld dat indien de dwaling van de borg ter zake van de financiële positie van de schuldenaar, voor wiens schuld de borgtocht tot zekerheid strekt, is te wijten aan de wederpartij van de borg in dier voege dat zij is teweeg gebracht door gedragingen van die wederpartij zoals bedoeld in artikel 6:228 lid 1 onder a en b BW, de dwaling voor rekening van de wederpartij behoort te blijven, ongeacht of sprake is van een particuliere of professionele borg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a, en de alinea staat in dat document op bytes 20289 tot 20844.