Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Alinea 75 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2129.

4.15. Wat het betreft het door [X.] aan de Bank gemaakte verwijt dat zij [X.] niet zou hebben geïnformeerd over de betekenis, de gevolgen en de risico’s van de borgstelling overweegt het hof als volgt. Uit de Parlementaire Geschiedenis (MvA II, Parl. Gesch. InvW Boek 7, pag. 444) en het hiervoor onder 4.7. genoemde arrest van de Hoge Raad van 1 juni 1990 blijkt dat de particuliere borg bijzondere bescherming behoeft omdat hij de overeenkomst van borgtocht veelal niet sluit uit zakelijke motieven maar op grond van zijn persoonlijke relatie met de hoofdschuldenaar. Daardoor ontbreekt bij hem vaak het inzicht dat nodig is voor het beoordelen van de gevolgen van de overeenkomst van borgtocht, en is gevaar van ondoordachtheid of misplaatst vertrouwen in de goede afloop groot. Aangezien een professionele kredietverstrekker in de regel beter dan de borg zelf in staat is om te beoordelen welk risico de borg loopt dient de professionele kredietverstrekker de borg op juiste wijze voor te lichten over het risico dat aan het aangaan van de overeenkomst van borgtocht verbonden is, aldus de Hoge Raad in voormeld arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a, en de alinea staat in dat document op bytes 24408 tot 25547.