Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Alinea 76 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 oktober 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2129.

4.16. Naar ’s hofs oordeels heeft [X.] de overeenkomst van borgtocht evenwel niet gesloten op grond van zijn persoonlijke relatie met BB&O of BB&O Holding in de Hoge Raad bedoelde zin. Als medeaandeelhouder van BB&O Holding en - zoals hij zelf in paragraaf 7 van de memorie van grieven aangeeft – als aspirant bestuurder had [X.] immers een zakelijk motief om zich borg te stellen en verbond hij zich feite als borg voor zijn eigen onderneming (als aandeelhouder). Bovendien staat vast dat [X.] de overeenkomst van borgtocht is aangegaan nadat hij zich als aandeelhouder had ingekocht en voorafgaande aan die inkoop onderzoek had verricht naar de financiële positie van onderneming. Gelet op deze omstandigheden heeft [X.] onvoldoende onderbouwd dat hij, zelfs indien er van zou worden uitgegaan dat de Bank heeft nagelaten [X.] te informeren over de aan de borgstelling verbonden risico’s, de overeenkomst van borgtocht bij een waarschuwing van de Bank aangaande de risico’s van een borgstelling niet zou hebben gesloten. Dit betekent dat de beweerde tekortkoming in de nakoming van de zorgplicht niet leidt tot aansprakelijkheid van de Bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59acee4dd86f189be2bcada653cb69507a8942b1f7281df231c7437720e076a, en de alinea staat in dat document op bytes 25567 tot 26744.