Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 24 augustus 2010
Alinea 45 Gerechtshof 's-Gravenhage 24 augustus 2010
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 24 augustus 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6903.
De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de aanduiding '[naamsaanduiding]' onvoldoende specifiek is om de verdachte als dader te kunnen aanwijzen en dat de verklaringen van aangever niet overeenstemmen met die van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Ten aanzien van feit 1, 2, 3, 5 en 6 heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] onbetrouwbaar zijn en dat ten aanzien van feit 2, 3, 5 en 6 bovendien sprake is van een "unus testis-situatie".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ca7a7e199ced668e9eaf33b3321c28bf1cc5fc824e9cb0f1352d814efd4114. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ca7a7e199ced668e9eaf33b3321c28bf1cc5fc824e9cb0f1352d814efd4114, en de alinea staat in dat document op bytes 13499 tot 14223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32ca7a7e199ced668e9eaf33b3321c28bf1cc5fc824e9cb0f1352d814efd4114 | shasum -a 256