Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 29 oktober 2010

Alinea 142 Gerechtshof 's-Gravenhage 29 oktober 2010

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 29 oktober 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ4854.

Artikel 126aa lid 2 van het Wetboek van Strafvordering onderscheidt twee soorten mededelingen: mededelingen gedaan door of aan de geheimhouder die zich op grond van 218 van het Wetboek van Strafvordering zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd en mededelingen waarvoor die persoon zich niet zou kunnen verschonen. Dit onderscheid is van belang met het oog op de mogelijkheid van voeging bij de processtukken dan wel de plicht tot vernietiging (Besluit bewaren en vernietiging niet-gevoegde stukken d.d. 15 december 1999, stb. 1999, 548). Om dit onderscheid te kunnen maken, dient er een inhoudelijke beoordeling plaats te vinden door de officier van justitie overeenkomstig artikel 5 van de Instructie vernietiging geïntercepteerde gesprekken met geheimhoudergesprekken. Als toelichting hierop is in de Instructie opgenomen dat het enkele feit dat het gesprek een geheimhoudergesprek is niet bij uitsluiting bepalend is voor de beoordeling of de onderschepte communicatie onder het regiem van artikel 218 en daarmee onder artikel 126aa lid 2 van het Wetboek van Strafvordering valt. Daarvoor is de inhoud van de communicatie van doorslaggevend belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be1b341d1d53583cb11679cf05f595add35d60c5a0ccba008e52e3edc7a0b777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be1b341d1d53583cb11679cf05f595add35d60c5a0ccba008e52e3edc7a0b777, en de alinea staat in dat document op bytes 39337 tot 40565.