Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 22 augustus 2011

Alinea 36 Gerechtshof 's-Gravenhage 22 augustus 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 22 augustus 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:4513.

2.7 Het hof leest in de stellingen van [appellant] niet de klacht dat arbiters, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid hadden moeten stellen zich uit te laten over hun voornemen terug te komen op de bindende eindbeslissing in het vonnis van 11 oktober 2004. Hoe dit ook zij, een dergelijke klacht zou niet slagen omdat arbiters kennelijk uit de houding van [appellant], die naar zij hebben vastgesteld diverse keren heeft geuit dat het ook naar zijn mening voor hem het beste zou zijn ter plaatse te vertrekken, begrijpelijkerwijs hebben afgeleid dat hij geen bezwaar zou hebben tegen een beslissing die impliceerde dat hij inderdaad met zijn bedrijf zou moeten vertrekken. Tegen deze achtergrond waren arbiters niet gehouden [appellant] nog eens in de gelegenheid te stellen zich over hun voornemen uit te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f781b4f0d42657c6739b3ad1e687e54e615166b22e927815cc7c757b92bbe1e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f781b4f0d42657c6739b3ad1e687e54e615166b22e927815cc7c757b92bbe1e0, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 17450.