Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 19 januari 2011
Alinea 32 Gerechtshof 's-Gravenhage 19 januari 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 19 januari 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7050.
De vrouw stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte haar verzoeken heeft afgewezen, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van bedrog en dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de termijn voor een beroep op herroeping op de grondslag van valsheid in geschrifte is gaan lopen op 2 december 2008. De vrouw stelt daartoe dat de rechtbank het begrip ‘bedrog’ te restrictief heeft uitgelegd, omdat de omstandigheid dat de man een procedure tot echtscheiding (op gemeenschappelijk verzoek) heeft gevoerd zonder medeweten of instemming van de vrouw en daarbij haar handtekening meerdere malen heeft vervalst, een schoolvoorbeeld van bedrog is. De vrouw stelt voorts dat de termijn voor een beroep op herroeping nog niet is gaan lopen, omdat het bewijs van het bedrog of de valsheid in geschrifte nog niet voorhanden is, dan wel nog niet is erkend of bij gewijsde is vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff8f29f4ab4532168268b847048d4389f2af57f1610e427e79e4717cfbe815c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff8f29f4ab4532168268b847048d4389f2af57f1610e427e79e4717cfbe815c5, en de alinea staat in dat document op bytes 7896 tot 8836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff8f29f4ab4532168268b847048d4389f2af57f1610e427e79e4717cfbe815c5 | shasum -a 256