Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 15 maart 2011
Alinea 48 Gerechtshof 's-Gravenhage 15 maart 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 15 maart 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7513.
2.3 De rechtbank heeft daarbij niet uit het oog verloren dat de bewijslast ten aanzien van toepassing van de tenzij-clausule in beginsel op de Gemeente rust. De rechtbank is kennelijk van oordeel dat de feiten en omstandigheden die de Gemeente heeft aangevoerd om te adstrueren dat zij, anders dan de Bewoners aanvoeren, haar onderhoudsverplichtingen ten aanzien van de riolering wel is nagekomen, onvoldoende zijn weersproken zodat zij daarmee als vaststaand moeten worden aangemerkt. Voor zover de Bewoners betogen dat de rechtbank had moeten vaststellen wanneer het bedoelde gevaar is ontstaan treft dat betoog geen doel. De rechtbank heeft kennelijk bekendheid van de Gemeente met dat gevaar aanwezig verondersteld op het tijdstip dat dit gevaar is ontstaan, waarbij zij in het midden mocht laten op welk tijdstip dat gevaar precies is ontstaan. Daartoe gaf - en geeft - het debat tussen partijen ook geen aanleiding, mede gelet op het feit dat de Bewoners zich slechts baseren op een in algemene termen gesteld 'gevaar', in hoger beroep onbestreden geformuleerd door de rechtbank onder 4.7 van het vonnis, en zelf ook geen duidelijk standpunt hebben ingenomen ten aanzien van het tijdstip waarop het gevaar is ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7875c4f58d90d1e6dab6bbd19a6b2b8659215f3151130102ec8a24e7738c6cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7875c4f58d90d1e6dab6bbd19a6b2b8659215f3151130102ec8a24e7738c6cd, en de alinea staat in dat document op bytes 17225 tot 18462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7875c4f58d90d1e6dab6bbd19a6b2b8659215f3151130102ec8a24e7738c6cd | shasum -a 256