Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 22 februari 2011

Alinea 83 Gerechtshof 's-Gravenhage 22 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 22 februari 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8234.

14. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan het hof kan oordelen dat [appellanten] niet daadwerkelijk in staat waren tijdig een vordering tot vergoeding van de thans geclaimde schade in te stellen (of de verjaring te stuiten). Van belemmeringen om zich tot de rechter te wenden (bijvoorbeeld door angst voor represailles of psychische druk) is geen sprake. [appellant 1] heeft zich ook daadwerkelijk tot de rechter kunnen wenden met verzoeken in het kader van artikel 89 Sv en 591/591a Rv, waarbij hij zijn door handelen van de Staat geleden schade naar voren heeft gebracht. Uit niets kan volgen waarom hij niet hetzelfde kon doen in het kader van onrechtmatige daad van de Staat. Evenmin zijn feiten of omstandigheden gesteld die voldoende verklaren waarom [appellant 1] na de gedeeltelijke afwijzing van de door hem gevraagde schadevergoedingen op 16 september 1994, tot januari 2006 heeft gewacht om zijn eis in te stellen. Een verjaringstermijn van vijf jaar vormt, mede gelet op de eenvoudige wijze waarop de verjaring kan worden gestuit, geen schending van het recht op toegang tot een rechter, het recht op een effectief rechtsmiddel of excessief formalisme. Ook grief XIX is ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25c8a64527c0883a70b19beefd2affd3a14924ebd4897269f97b044bf1746477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25c8a64527c0883a70b19beefd2affd3a14924ebd4897269f97b044bf1746477, en de alinea staat in dat document op bytes 36399 tot 37629.