Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 september 2011
Alinea 46 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 september 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 september 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6566.
3.3.1 Onder verwijzing naar hetgeen in het tussenarrest ten aanzien van grief 4 is overwogen, stelt het hof stelt vast dat LTO Noord Verzekeringen in haar antwoordakte een te ruime strekking toekende aan de overwe-ging van het hof dat “(v)oorzover het intermediairswijzigingen betreft het naar zijn aard (gaat) om ‘bij de werkge-ver verzekerde cliënten/personen.’” Dat sec betwist [de voormalige werknemer] ook niet. [de voormalige werkne-mer] voert in zijn schriftelijk stuk (rov. 2.2) ten verwere wel aan (“groep 2”) dat tot die bij de werkgever verzekerde cliënten/personen relaties behoren die voor zijn vertrek bij LTO Noord Verzekeringen, kennelijk óók, cliënt van “[X] & [de voormalige werknemer]” waren. Dit laatste leest het hof aldus dat [de voormalige werknemer] bedoelt dat het cliënten van [X] waren die, door zijn samenwerking met [X] in de nieuwe vennootschap onder firma [X] & [de voormalige werknemer], cliënten van de v.o.f. zijn geworden. LTO Noord Verzekeringen gaat er voorts aan voorbij dat [de voormalige werknemer] ten aanzien van een deel van die (33) volgens LTO Noord Verzekeringen ‘bij de werkgever verzekerde cliënten/personen’ stelt (“groep 3”) dat zij die hoedanigheid missen en/of niet binnen de looptijd van het concurrentiebeding cliënt van [X] & [de voormalige werknemer] zijn geworden. Dienaangaande ligt, naar het hof reeds in het tussenarrest heeft overwogen, de bewijslast op LTO Noord Verzekeringen. Zoals ook ter comparitie van 12 oktober 2010 door de raadsheer-commissaris aangegeven bevatte het tussenarrest geen eind-beslissing inhoudende 33 overtredingen door [de voormalige werknemer] van het concurrentiebeding. Dat [de voormalige werknemer], zoals door LTO Noord Verzekeringen ten pleidooie op 15 januari 2010 heeft betoogd, geen grief heeft gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat “(o)ok met betrekking tot deze 34 oud cliën-ten van LTO mitsdien vast (staat) dat [de voormalige werknemer] het beding heeft overtreden” leidt het hof niet tot een ander oordeel. De (toelichting op) grief 6 houdt onder meer in dat “(o)ook voor wat betreft de 34 namen op de lijst die door LTO (…) is overgelegd niet (is) vast komen te staan dat sprake is van overtreding van het concurren-tiebeding.” Onder verwijzing naar hetgeen in eerste aanleg is gesteld, wenste [de voormalige werknemer] met (de toelichting op) grief 6 onmiskenbaar het debat in hoger beroep ter zake opnieuw te voeren. Het hof heeft uit de pro-cessuele houding van LTO Noord Verzekeringen in hoger beroep ook niet afgeleid dat zij dat niet heeft begrepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e690d8ccc146729e93df6783919e0d452bdfe28cfcebcbf9cc2a07ba1bcbe9fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e690d8ccc146729e93df6783919e0d452bdfe28cfcebcbf9cc2a07ba1bcbe9fc, en de alinea staat in dat document op bytes 19184 tot 21826.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e690d8ccc146729e93df6783919e0d452bdfe28cfcebcbf9cc2a07ba1bcbe9fc | shasum -a 256