Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2011

Alinea 68 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BV1153.

2.4 In haar vonnis van 14 oktober 2010 heeft de rechtbank de primaire vordering en de subsidiaire vordering voor zover daarvan deel uitmaakt dat de eigendom van Eneco dient te worden geëerbiedigd als ware sprake van eigendom met een opstalrecht van Eneco op de leidingtracés, afgewezen met de volgende motivering. In 1992 werd het verschaffen van eigendom van de leidingen beoogd. Dit rechtsgevolg is door het per 1 februari 2007 ingevoerde artikel 5:20 lid 2 BW, in samenhang bezien met artikel 155 lid 1 Overgangswet BW, ingetreden. Nu het beoogde rechtsgevolg is ingetreden, kan Eneco er geen aanspraak meer op maken dat opstalrechten worden gevestigd. Voor zover van de subsidiair gevorderde verklaringen voor recht deel uitmaakt het principe 'de veroorzaker betaalt' heeft de rechtbank deze evenmin toewijsbaar geoordeeld (rov. 4.17) op, zakelijk weergegeven, de grond dat weliswaar de conceptovereenkomst aanknopingspunten bevat voor de stelling dat partijen de intentie hadden een overeenkomst tot stand te brengen in lijn met dat principe (rov. 4.34), maar dat, naar Eneco had moeten begrijpen, de gemeente zich het recht heeft voorbehouden om in de toekomst een leidingverordening in het leven te roepen waaraan de civielrechtelijke overeenkomst zou dienen te worden aangepast (rovv. 4.36 - 4.40). Voor zover de subsidiaire gevorderde verklaring voor recht inhoudt dat de gemeente het contractuele recht van Eneco om op het grondgebied van de gemeente leidingen tot stand te brengen, te hebben en te houden, dient te eerbiedigen, stuit deze vordering, aldus de rechtbank, af op het feit dat artikel 1.1 van het Convenant dit recht verbindt aan de voorwaarde dat de benodigde specifieke vergunningen zijn verkregen waarover de civiele rechter niet kan oordelen, en het door Eneco gevorderde ongeclausuleerd is. Omdat alle vorderingen van Eneco in conventie zijn afgewezen, heeft de rechtbank haar in die procedure in de proceskosten veroordeeld. De door de Gemeente in reconventie ingestelde vordering tot opheffing van het op het perceel 'De Machinist' gelegde beslag is door de rechtbank toegewezen, terwijl haar overige reconventionele vorderingen zijn afgewezen, onder compensatie van de kosten in reconventie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cd37e24d182c48401377f38eb466b5ebe53fc5afa26aaef2cbc2aa0d91e8aed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cd37e24d182c48401377f38eb466b5ebe53fc5afa26aaef2cbc2aa0d91e8aed, en de alinea staat in dat document op bytes 20926 tot 23165.