Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 november 2011
Alinea 56 Gerechtshof 's-Gravenhage 18 november 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 november 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BV3532.
Dit standpunt wordt door het hof niet onderschreven, aangezien deze vorderingen naar zijn oordeel als een vermogensbestanddeel dienen te worden aangemerkt, behoudens indien aannemelijk zou moeten worden geacht dat die vorderingen inmiddels nog immer niet zijn voldaan en ook als definitief oninbaar dienen te worden beschouwd. De veroordeelde heeft nimmer openheid van zaken gegeven, ook niet waar het deze vorderingen aangaat, terwijl de raadsman in dit verband met een algemene - volgens hem "met name in de drugswereld en al helemaal in de gebruikershoek ervan" geldende - stelling heeft volstaan. Mitsdien is niet aannemelijk geworden - het is in wezen zelfs niet gesteld - dat bedoelde vorderingen tot op de dag van vandaag niet zijn voldaan en in casu ook als definitief oninbaar moeten worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/468cf3ffd56b8e49866bcab050226262ef33fff96a8686224bd32c808ee239c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 468cf3ffd56b8e49866bcab050226262ef33fff96a8686224bd32c808ee239c8, en de alinea staat in dat document op bytes 13074 tot 13898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/468cf3ffd56b8e49866bcab050226262ef33fff96a8686224bd32c808ee239c8 | shasum -a 256