Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 30 oktober 2012
Alinea 67 Gerechtshof 's-Gravenhage 30 oktober 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 30 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:5322.
16. Om te beginnen acht het hof het in dit verband van belang om er op te wijzen dat in lid 3 van artikel 6:161 BW is bepaald dat tenietgaan van een verbintenis door vermenging (dat niet een rechtshandeling is) op die vordering rustende rechten van derden onverlet laat, maar dat in artikel 6:160 BW, dat gaat over het tenietgaan van een verbintenis door afstand van recht (dat wel een rechtshandeling is), een vergelijkbare bepaling ontbreekt. Hieruit is af te leiden dat het niet (zonder meer) zo is dat bij afstand van een vorderingsrecht de daarop rustende beperkte rechten, zoals een pandrecht, onverlet worden gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b101559fe395f3c49812645baefe86fc382d7a0b687387072b6a876e521fe478. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b101559fe395f3c49812645baefe86fc382d7a0b687387072b6a876e521fe478, en de alinea staat in dat document op bytes 28692 tot 29331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b101559fe395f3c49812645baefe86fc382d7a0b687387072b6a876e521fe478 | shasum -a 256