Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012

Onder 9. Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:5326.

Het Janzen-rapport, waarnaar de deskundigen verwijzen, is door Botersloot als productie 7d in de eerste aanleg in het geding gebracht. Dit rapport en de in de eerste aanleg als de producties 7a-7c en 7e overgelegde stukken (oude tekeningen, rapporten en bestekken) bevonden zich in archiefdozen die in ‘het voorjaar van 1999’ door architect Groenland in het gebouw zijn aangetroffen tijdens een bezoek in het kader van de voorbereiding van de architectenwerkzaamheden voor de verbouwing daarvan (zie de als productie 16 bij CvR overgelegde brief van Groenland, en voorts punt 31 CvR en de punten 5 en 8 CvD). Anders dan Fortis meent (CvD onder 8 en AMnD onder 19) kan hieruit niet worden afgeleid dat Vincotte die stukken, waaronder het Janzen-rapport, had kunnen betrekken bij haar rapportages van 16 april 1999 en 23 april 1999. Het Janzen-rapport is immers eerst boven water gekomen in ‘het voorjaar van 1999’ dat duurde van 20/21 maart tot 20/21 juni. Fortis heeft, hoewel dat onder deze omstandigheden op haar weg lag, niet concreet gesteld dat genoemde stukken al vóór 16/23 april 1999 waren ontdekt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet het geval was. Nu op blz. 3 van het Vincotte-rapport van 16 april 1999 staat vermeld dat het deskonderzoek is uitgevoerd voor de visuele inspectie en op blz. 1 van dat rapport bij ‘ Inspectiedatum ’ is aangegeven: ‘ 12 t/m 26 maart en 02 april 1999 ’ kan in ieder geval worden geconcludeerd dat Vincotte haar deskonderzoek heeft verricht vóór 12 maart 1999 en dus voor ‘het voorjaar van 1999’. Ten tijde van haar deskonderzoek kon Vincotte het Janzen-rapport en de andere in de archiefdozen aangetroffen stukken dus nog niet kennen. Wanneer Viscotte, zoals zij volgens Fortis (AMnD onder 19) had moeten doen, de architect toen naar de stukken zou hebben gevraagd, zou dat niets hebben opgeleverd. Hieraan dient nog te worden toegevoegd dat van Vincotte niet kon worden verwacht dat zij binnen enkele weken na het door haar uitgevoerde deskonderzoek – waarbij de genoemde stukken, omdat zij nog niet waren gevonden, niet konden worden betrokken – wederom een deskonderzoek zou gaan verrichten en/of bij de architect zou gaan informeren of er inmiddels nieuwe stukken beschikbaar waren. Gesteld noch gebleken is immers dat Vincotte enige reden had om aan te nemen dat de architect in die tussentijd de archiefdozen had gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f761da12aa16675cc8ae2aad0e2a68614c54fcaee50e7d9c7e3e0f7e5b77fac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f761da12aa16675cc8ae2aad0e2a68614c54fcaee50e7d9c7e3e0f7e5b77fac0, en de alinea staat in dat document op bytes 22310 tot 24803.