Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Onder 11. Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:5326.
Het voorgaande neemt niet weg dat, indien Botersloot het Janzen-rapport na ontvangst van het Vincotte-rapport onder ogen zou hebben gekregen, wellicht zou moeten worden gezegd dat zij zich op grond daarvan alsnog had moeten realiseren dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestond dat zich ook in het gebouw boven de kelder losgebonden asbest zou bevinden en dat Botersloot in dat geval wellicht eerder had moeten klagen dan zij (op 7 december 2000, zie rov. 11 van het 1e tussenarrest) heeft gedaan. Onder 8 inl. dagv. en 2.9 MvG heeft Botersloot hieromtrent gesteld dat zij pas begin 2001 de door haar als productie 7a t/m 7d in de eerste aanleg overgelegde stukken heeft ontvangen. Onder 19 en 52 AMnD heeft Fortis die stelling betwist. Naar het oordeel van het hof is deze betwisting:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f761da12aa16675cc8ae2aad0e2a68614c54fcaee50e7d9c7e3e0f7e5b77fac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f761da12aa16675cc8ae2aad0e2a68614c54fcaee50e7d9c7e3e0f7e5b77fac0, en de alinea staat in dat document op bytes 25727 tot 26539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f761da12aa16675cc8ae2aad0e2a68614c54fcaee50e7d9c7e3e0f7e5b77fac0 | shasum -a 256