Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012
Alinea 209 Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:627.
5.2.1. Zijn er aanwijzingen van het bestaan van in een andere lidstaat aangehouden tegoeden en wordt naar aanleiding daarvan een navorderingsaanslag opgelegd na het verstrijken van de termijn die geldt voor navordering van belasting in verband met tegoeden in de eigen lidstaat, dan moet in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, na het opkomen van de aanwijzingen van het bestaan van de in het buitenland aangehouden spaartegoeden, het tijdsverloop worden aanvaard dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met (1) het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting en met (2) het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van de aanslag aan de hand van de gegevens die de Inspecteur ter beschikking staan. Zulks geldt ongeacht of de aanwijzingen zijn verkregen binnen of na afloop van de termijn die geldt voor navordering met betrekking tot tegoeden die worden aangehouden in de eigen lidstaat, en zowel in het geval dat voor het inwinnen van inlichtingen een nuttig gebruik kan worden gemaakt van regelingen van wederzijdse bijstand tussen lidstaten, als in het geval dat de mogelijkheid daartoe ontbreekt, bijvoorbeeld doordat de desbetreffende lidstaat een bankgeheim kent.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b923d910fb373ee5b13785f358c57500db35ff61ff263872501a895800a85d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b923d910fb373ee5b13785f358c57500db35ff61ff263872501a895800a85d33, en de alinea staat in dat document op bytes 45824 tot 47080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b923d910fb373ee5b13785f358c57500db35ff61ff263872501a895800a85d33 | shasum -a 256