Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 24 januari 2012

Alinea 60 Gerechtshof 's-Gravenhage 24 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 24 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV1963.

Tiefenbacher en Centrafarm hebben daartoe ieder gesteld dat de conclusies 1, 3, 5 en 7 van het basisoctrooi EP '66 niet nieuw zijn en dat alle conclusies van het basisoctrooi niet inventief zijn. Subsidiair hebben zij gesteld dat mocht het octrooi EP '066 geldig worden bevonden, het ABC nietig is op grond van artikel 15 lid 1 juncto artikel 3 sub a, c en d van Verordening nr.1768/92 van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (inmiddels vervangen door Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (hierna te noemen: Verordening 469/2009 of de Verordening, hof). Ratiopharm heeft gesteld dat de conclusies 1-5 en 7 niet nieuw zijn althans niet inventief en dat conclusie 7 niet inventief is. Zij heeft tevens gesteld dat het ABC'155 nietig dient te worden verklaard op grond van artikel 3 aanhef, onder a, c en d juncto artikel 15 lid 1 Verordening 1768/92 (thans: Verordening Nr.469/2009)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8978bb9a56f03d1c6a26a420e9d06118ceced8ec090bb042106f8209050b5b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8978bb9a56f03d1c6a26a420e9d06118ceced8ec090bb042106f8209050b5b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12939 tot 14030.