Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 2 februari 2012

Alinea 142 Gerechtshof 's-Gravenhage 2 februari 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 2 februari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2572.

Allereerst kan worden vastgesteld, dat de wet sedert 1928 het telen, verwerken, bezitten, verkopen, im- en exporteren van softdrugs verbiedt. Feit van algemene bekendheid is, dat vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hierop beleid is gevoerd. Het gebruik van middelen, geplaatst op lijst II van de Opiumwet, algemeen gezien als middelen met een betrekkelijk gering gezondheids-risico voor gebruikers, werd aanvankelijk op grote schaal feitelijk gedoogd. Vanaf 1976 is de verkoop van (kleine) hoeveelheden softdrugs geen misdrijf meer, maar een overtreding. Het openbaar ministerie had al eerder richtlijnen doorgevoerd inhoudende dat, vanwege het belang van de volksgezondheid (dat wil zeggen met het oog op de wens de cannabisgebruiker uit het hardere en criminele milieu van de harddrugsmarkt te houden) en vanwege het belang van de openbare ordehandhaving de handel in softdrugs niet zou worden opgespoord of vervolgd, ongeacht de aanwezige capaciteit. In 1991 werden landelijk de zogenoemde AHOJ-G criteria formeel van kracht.13 Deze criteria zijn in de loop der tijd nader uitgewerkt.14 In 1995 werd de gedoogde verkoop van dertig naar vijf gram per klant teruggebracht, waarmee tot uitdrukking werd gebracht dat de verkoop bedoeld was voor het eigen gebruik van de koper.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fadba2eb93b6c916758b357ad19e69bdcf90e99cfd2083584d514a919bdfc6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fadba2eb93b6c916758b357ad19e69bdcf90e99cfd2083584d514a919bdfc6d, en de alinea staat in dat document op bytes 41694 tot 42987.