Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012

Alinea 79 Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6459.

De verdediging is met de advocaat-generaal van oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partijen op het te ontnemen bedrag in mindering dienen te worden gebracht tot een totaalbedrag van € 538.878,--. De advocaat-generaal en de verdediging verschillen wel van mening over de grondslag van deze vermindering: de verdediging bepleit dat dit bedrag in zijn geheel in mindering wordt gebracht op grond van artikel 36e, zesde lid, Wetboek van Strafrecht. De advocaat-generaal vordert dat het bedrag deels op grond van de voornoemde bepaling en deels op grond van 36e, vierde lid, Wetboek van Strafrecht in mindering wordt gebracht. De advocaat-generaal stelt in dit verband dat naar geldend recht de in rechte toegekende vorderingen van de benadeelden per feit in aanmerking moeten worden gebracht. De advocaat-generaal wijst in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 23 maart 2004, LJN: AO2607.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f384e5ba59cc8898e58e7664665b6b0525ff785571456cd44946161c25f29866. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f384e5ba59cc8898e58e7664665b6b0525ff785571456cd44946161c25f29866, en de alinea staat in dat document op bytes 17194 tot 18112.