Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012
Alinea 92 Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6459.
Met de advocaat-generaal ziet het hof aanleiding om - met toepassing van de in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen matigingsbevoegdheid - ook het resterende deel van de aan de benadeelde partijen toegekende vorderingen (dat wil zeggen: het deel dat het desbetreffende de geschatte wederrechtelijk voordeel te boven gaat) op het door de veroordeelde te betalen bedrag in mindering te brengen. Dat betekent per saldo dat het op te leggen bedrag als volgt wordt gematigd:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f384e5ba59cc8898e58e7664665b6b0525ff785571456cd44946161c25f29866. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f384e5ba59cc8898e58e7664665b6b0525ff785571456cd44946161c25f29866, en de alinea staat in dat document op bytes 20734 tot 21245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f384e5ba59cc8898e58e7664665b6b0525ff785571456cd44946161c25f29866 | shasum -a 256