Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 3 april 2012
Alinea 91 Gerechtshof 's-Gravenhage 3 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 3 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0093.
10. Aan het verweer van Eternit dat haar in de relevante periode niet bekend was en ook niet bekend behoefde te zijn dat blootstelling aan stof uit de door haar geproduceerde asbestcementplaten met 10 tot 15% wit asbest maligne mesothelioom opleverde, wordt in dit verband voorbijgegaan. Een verhoging van de in acht te nemen zorgvuldigheid is op haar plaats vanaf het moment dat Eternit ermee bekend was dat haar product gevaren voor de gezondheid oplevert. Uit de overgelegde literatuur en uit het deskundigenrapport van 1997, zoals hierboven in rov. 4. geciteerd, blijkt dat sinds 1960 ook de relatie tussen asbestblootstelling en maligne mesothelioom in de medische literatuur bekend was en in het begin van 1966 overigens ook al de aandacht van de Nederlandse kranten had getrokken. Als asbestproducent die deel uitmaakt van een internationaal opererend concern, had van Eternit naar het oordeel van het hof verwacht mogen worden dat zij zich destijds actief op de hoogte stelde van de vorenbedoelde - op zich voldoende toegankelijke - literatuur, zoals dat blijkens de onder 4.3 geciteerde brief van 14 april 1950 in het concern waartoe zij behoorde al sinds de jaren dertig gebruikelijk was. Uit deze brief blijkt immers dat het Eternitconcern zich reeds vele jaren bewust was van de gevaren van asbest en dat het in zijn optiek niet aan twijfel onderhevig was dat het algemeen belang voorzorgsmaatregelen verlangde overal waar het gevaar bestond. Daarbij acht het hof niet doorslaggevend dat er toentertijd nog geen zekerheid (of consensus) in de medische wetenschap was dat behalve de blootstelling aan blauw asbest, ook de blootstelling aan wit asbest maligne mesothelioom veroorzaakt. De bovengeciteerde literatuur uit de periode vanaf 1960 sluit die relatie geenszins uit. In tegendeel, daaruit zijn naar het oordeel van het hof voldoende serieuze aanwijzingen af te leiden voor het bestaan van die relatie. In elk geval kan uit de wetenschappelijke verhandelingen uit de vijfiger en zestiger jaren niet worden afgeleid dat men destijds van oordeel was dat wit asbest geen gevaren voor de gezondheid oplevert. Daarnaast verdient nog overweging dat Eternit als asbestproducent, gelet op de verhoogde zorgvuldigheidsplicht als hiervoor bedoeld, ook aansprakelijk is indien het specifieke gevaar van wit asbest voor het ontstaan van maligne mesothelioom haar in de periode voor 1968 onbekend was en niet bekend behoefde te zijn. Naar uit haar eigen stellingen blijkt, was zij destijds in elk geval bekend met de (serieuze) gevaren van wit asbest ten aanzien van asbestose en longkanker. Zoals in het hierna volgende wordt overwogen, heeft zij onvoldoende gedaan om de haar bekende gevaren te vermijden die zijn verbonden aan intensieve blootstelling aan asbeststof. Daardoor is naar het oordeel van het hof de kans op verwezenlijking van het haar (beweerdelijk) niet bekende gevaar van maligne mesothelioom dat is verbonden aan intensieve blootstelling aan stof afkomstig van wit asbest, aanmerkelijk vergroot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367d42bba94a749f78588e0053f1a5c72d80c5950712c77bfa98157798c2c568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367d42bba94a749f78588e0053f1a5c72d80c5950712c77bfa98157798c2c568, en de alinea staat in dat document op bytes 31629 tot 34662.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367d42bba94a749f78588e0053f1a5c72d80c5950712c77bfa98157798c2c568 | shasum -a 256