Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 1 mei 2012

Alinea 48 Gerechtshof 's-Gravenhage 1 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 1 mei 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8580.

2.10. Gelet op het vorenoverwogene onder 2.8. en 2.9. stelt de rechtbank vast dat [belanghebbende] niet binnen de termijn als bedoeld in artikel 9 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) aangifte heeft gedaan. Als gevolg hiervan heeft [de Inspecteur] op grond van artikel 67a, eerste lid, van de AWR een verzuimboete opgelegd van € 226. Nu [belanghebbende] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit afwezigheid van alle schuld kan blijken, heeft [de Inspecteur], mede gelet op § 21, tweede lid, van het Besluit Bestuurlijke Boete Belastingdienst, de verzuimboete van € 226 terecht en naar een juist bedrag opgelegd. Ook overigens acht de rechtbank de opgelegde boete onder de gegeven omstandigheden passend en, uit een oogpunt van normhandhaving, geboden. In zoverre [belanghebbende] met zijn opmerking ter zitting dat artikel 6 EVRM van toepassing is, doelt op de in dat artikel vermelde redelijke termijn oordeelt de rechtbank dat van overschrijding van de in artikel 6 EVRM vermelde redelijke termijn geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faa2ff98564d193454ee22cb8efc440d270a7e3f2471da3884f013b89a73b905. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faa2ff98564d193454ee22cb8efc440d270a7e3f2471da3884f013b89a73b905, en de alinea staat in dat document op bytes 12729 tot 13799.