Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012

Alinea 76 Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3707.

Voorts heeft de verdachte zich kort na haar veroordeling door de rechtbank op 9 februari 2004 ter zake van medeplegen oplichting en poging uitlokking moord naar Costa Rica begeven en is zij niet uit eigen beweging vóór de uitleveringsdetentie naar Nederland teruggekeerd. De verdachte heeft er in die periode dus voor gekozen om niet in Nederland te verschijnen. Het hof acht het niet onbegrijpelijk of onredelijk dat het openbaar ministerie de berechting niet in volle omvang heeft doorgezet zolang er nog geen zicht was op de komst van de verdachte naar Nederland, mede in het licht van de uitdrukkelijke verzoeken van de verdediging in de zaak betreffende medeplegen oplichting en poging uitlokking moord om deze zaak niet buiten de aanwezigheid van de verdachte te behandelen. Tot slot hebben de processen tegen de verdachte de nodige vertraging opgelopen doordat er, grotendeels op verzoek van de verdediging, veel getuigen zijn gehoord waarvan twee middels een rogatoire commissie in Costa Rica.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8be175139012edfd610caf262aa3bf401248aedc4e5e9d466b92efd5259ccafd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8be175139012edfd610caf262aa3bf401248aedc4e5e9d466b92efd5259ccafd, en de alinea staat in dat document op bytes 23478 tot 24494.