Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012

Alinea 83 Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 6 augustus 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3707.

De verdediging heeft zich ter terechtzitting van 23 juli 2012 op het standpunt gesteld dat de onder 3 ten laste gelegde oplichting inmiddels is verjaard en dat het openbaar ministerie derhalve te dien aanzien niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte. De verdediging heeft daartoe - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat gelet op het destijds geldende strafmaximum voor oplichting van drie jaar, het recht tot strafvordering ingevolge artikel 70 lid 1 onder 2° jo. artikel 72 lid 2 Sv is vervallen. De verdediging heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de mens inzake Scoppola tegen Italië (LJN: BK6009) waaruit zou volgen dat bij wetswijziging de voor de verdachte meest gunstige bepaling dient te worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8be175139012edfd610caf262aa3bf401248aedc4e5e9d466b92efd5259ccafd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8be175139012edfd610caf262aa3bf401248aedc4e5e9d466b92efd5259ccafd, en de alinea staat in dat document op bytes 26312 tot 27131.